Print deze pagina

Instituutsmanager Marjan Fretz over nieuw pand ARCNL: ‘Blij met trillingsarme vloeren en nooit meer ramen afplakken’

Trots als een pauw leidt instituutsmanager Marjan Fretz ons rond in Matrix VII, de lange termijn huisvesting van ARCNL, het Advanced Research Center for Nanolithography. Afgelopen december verhuisden de medewerkers van ARCNL uit hun tijdelijke kantoorunits op het Amsterdam Science Park naar het splinternieuwe Matrix VII-gebouw, er pal tegenover. In de weken erna staken de labs over. Marjan is blij met de moderne uitstraling en met alle state-of-the-art voorzieningen in de labs die zijn aangebracht om cutting-edge onderzoek te doen.

Op 21 maart organiseerde pandeigenaar Matrix IC de feestelijke openingsbijeenkomst. Martijn van Calmthout, hoofd communicatie bij NWO-instituut Nikhef, interviewde ARCNL-directeur Joost Frenken over het belang van werken, studeren, onderzoeken en ondernemen op Science Park Amsterdam. Geert Haksteen, directeur van Matrix IC en Joost Ector van Ector Hoogstad Architecten lichtten de bijzondere eigenschappen van het gebouw toe. Daarna verrichtte Udo Kock, wethouder Economische Zaken van Amsterdam de openingshandeling.

Hoge eisen
In Matrix VII huurt ARCNL bijna de gehele onderste twee verdiepingen van het gebouw, ongeveer veertig procent van het totaal. Verder in het pand hebben diverse andere bedrijven een plek gevonden. Vanaf de eerste minuut van de plannenmakerij zat ARCNL aan tafel bij de architect, om ervoor te zorgen dat de specifieke instituutswensen meegenomen zouden worden in het ontwerp. Fretz vertelt: “Wij doen bij ARCNL onderzoek dat hoge eisen aan het type labs stelt op het gebied van trilling, luchtbehandeling, luchtvochtigheid, stof, temperatuur en licht. Bij een voorbereidende rondgang in labs - gehuisvest in het zogenaamde PIMU-gebouw van Nikhef, waar onze labs zich voorheen bevonden - merkte de architect op dat er geen licht van buiten binnenkwam. “Hoe minder daglicht, hoe beter”, legden wij hem uit. In de units moesten we echt ramen afplakken om experimenten lichtvrij te houden. In het nieuwe pand zijn we hier gelukkig vanaf.” Op de onderste verdieping van de nieuwe huisvesting zijn de labs daarom in het midden gebouwd, als een doos met een ring eromheen. De ‘doos’ zonder daglicht is bovendien los van de rest gebouwd, met trillingsarme vloeren zodat de kans op effect van trilling wordt geminimaliseerd. Daarnaast bevinden zich in zes labs speciale blokken van elf vierkante meter die los in de ruimte staan. Als je van een blok afstapt, hoor je de luchtvering die het blok, met een zuchtje, terug in de beginstand brengt. Die luchtvering moet het laatste restje resonantie tijdens experimenten reduceren. De luchtbehandeling en temperatuur kunnen naar wens aangepast worden. Fretz laat zien dat de meeste lab ruimtes modulair zijn opgebouwd, om ze in de toekomst aan te kunnen passen aan gewenste opstellingen. “En vanuit het ene lab kun je via gaatjes in de muur een laser aansluiten op een tindruppelbron in het aangrenzende lab, om extreem ultraviolet (EUV) licht te maken,” legt ze uit.

Groei
Fretz vertelt dat onderzoek naar heel precieze plaatsing van samples anno 2019 belangrijk is: “Een wafer, een dun plaatje dat als halfgeleider dient voor het maken van een computerchip, moet op minder dan de nanometer goed liggen. Als je hem verschuift, wordt een chip scheef gemaakt.” ARCNL telt tachtig medewerkers en negen onderzoeksgroepen, en binnenkort vindt uitbreiding plaats. Onderzoeker Ronald Bliem gaat een groep leiden voor onderzoek naar processen die plaatsvinden aan de oppervlakte onder andere onder invloed van EUV licht. Ook is er momenteel nog een vacature voor een tenure track groepsleider. In de planning van lab- en kantoorruimtes is rekening gehouden met groei. Fretz licht toe dat het ARCNL-onderzoek aan nanolithografie voor een belangrijk deel geïnspireerd blijft door vragen van mede-eigenaar ASML: “Hoe kun je de grenzen opzoeken van een technologie die in een chipmachine zit? Begrijp ik de natuurkunde die centraal staat in het genereren van hoge intensiteiten van EUV licht? Onze onderzoekers proberen de eersten te zijn die fysieke processen op atomaire schaal, en erbuiten, beheersen.”

Samenwerking
ARCNL is een publiek-private samenwerking van de UvA, VU, NWO en ASML en hun onderzoek evolueert. Samen met de partners gaat het instituut binnenkort de hei op voor de jaarlijkse strategie dag, waarin de koers voor het komende jaar vorm zal krijgen. “Er is een gedeelde optimistisch blik naar de toekomst. De toenemende output, in de vorm van publicaties en de eerste gepromoveerde onderzoekers, draagt daar zeker aan bij”, aldus Fretz.
Ook in het nieuwe gebouw blijft ARCNL de administratieve en technische ondersteuning met buurman en collega NWO-instituut AMOLF delen. Dit vindt zijn oorsprong in het recente verleden, want ARCNL begon in 2014 als afdeling van AMOLF. Fretz: “AMOLF was een van de initiatiefnemers van ARCNL en had daardoor een voortrekkersrol en heeft ervoor gezorgd dat ARCNL een vliegende start kon maken. De infrastructuur bij AMOLF is heel goed. Het is geen belemmering dat je even naar de naar de buren moet lopen.” En passant wijst ze op een door de werkplaats van AMOLF ontwikkelde ‘big dipper’, een robot die glaasjes of wafers in een vloeistof doopt.

Dicht bij elkaar
De rondleiding gaat door: via de natuurstenen tribunetrap met digibord – waar al een filmavond plaatsvond - en de koffiebar met terras, bereik je via de gangen met lichte werkruimtes het ARCNL-atrium. Dat heeft iets weg van een industrieel ingerichte hotellobby, met het hoge plafond, de loungehoekjes en hippe lampen. In de kantine vertellen twee promovendi dat het een voordeel is dat de labs en kantoren zich dicht bij elkaar bevinden. Fretz voegt toe dat de kantine en het atrium tot één grote ruimte samen te voegen zijn, voor colloquia, postersessies, een symposium of “ja, misschien ook een feest.”

Over Marjan Fretz
Dr. Marjan Fretz is sinds 2015 instituutsmanager van ARCNL. Ze promoveerde bij Universiteit Utrecht in de biofarmacie en werkte acht jaar als programmacoördinator bij technologiestichting STW, dat nu NWO-domein Toegepaste en Technologische Wetenschappen is. Ze werkte onder andere voor de programma’s NanoNed en NanoNext NL. “Mijn huidige werk is heel dankbaar, want ik faciliteer de onderzoekers bij zaken waar zij zich liever niet mee bezig houden, zoals financiën en contracten. De onderzoekers zijn gepassioneerd, dus ik werk altijd met mensen die hun werk leuk vinden. Ik ben erg trots op hun mooie resultaten.“

Nieuwsbrief Inside NWO-I, maart 2019
Tekst: Anita van Stel