NWO-I

NWO - Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek - print-logo

URL voor deze pagina :
https://www.nwo-i.nl/fom-historie/jaarverslagen/hoogtepunten/hoogtepunten2013/teamwork-van-eiwitten-onder-de-loep-nr-151/

Geprint op :
11 december 2018
00:04:35

Hoe kan een cel verplaatsen? Hoe deelt een cel zich? En hoe kan een algemene cel zich specialiseren? Veel van dit soort processen komen tot stand door een samenspel van signaaleiwitten, veranderingen in de celvorm en aanpassingen in het celinterieur. In het nieuwe FOM-programma gaan onderzoekers dit complexe samenspel in kaart brengen.

Prof.dr. Pieter Rein ten Wolde, programmaleider: "Het is moeilijk om dit soort processen te onderzoeken, omdat alle activiteiten in een cel nauw met elkaar verweven zijn. Wij gebruiken daarom een modelsysteem – een soort hele simpele cel – en een computermodel. Door samenwerking met meerdere groepen kunnen we expertise op het gebied van biofysica, biologie, biochemie en modelleren combineren."

De kennis over de relatie tussen cellulaire processen en ziektes groeit. Niet alleen het disfunctioneren van individuele eiwitten, maar ook problemen in het netwerk van interacties tussen eiwitten kunnen ziektes veroorzaken. Er zijn steeds meer gevoelige technieken voorhanden, waaronder micro-arrays, die het mogelijk maken om deze biochemische netwerken op grote schaal in kaart te brengen. Dit zet het vakgebied in een stroomversnelling. Ten Wolde: “Het meeste onderzoek is top-down, door een bestaande cel te manipuleren. Maar doordat we nu de componenten kennen, kunnen we ook een omgekeerde aanpak volgen, namelijk door een cellulair systeem in de reageerbuis na te bouwen. We beginnen vaak zo eenvoudig mogelijk, en vervolgens voeren we stap voor stap de complexiteit van het systeem op."

Dit programma is een samenwerking van:
- AMOLF: prof.dr. P.-R. ten Wolde, prof.dr. M. Dogterom
- Technische Universiteit Delft: dr. C. Danelon
- Universiteit van Amsterdam: prof.dr. T.W.J. Gadella
Dit Nederlandse team werkt nauw samen met prof.dr. Philippe Bastiaens van het Max-Planck Instituut in Dortmund.