Print deze pagina

Werken met ioniserende straling

Ioniserende straling is een naam voor uitgezonden kerndeeltjes en elektromagnetische golven (fotonen) met een hoge energie.

Welke soorten ioniserende straling onderscheiden we?

Ioniserende straling wordt uitgezonden door natuurlijke radioactieve stralingsbronnen, maar kan ook kunstmatig worden opgewekt.

We onderscheiden de volgende soorten deeltjesstraling

  • Alfastraling (heliumkernen)
  • Bètastraling (elektronen uit de kern)
  • Positronstraling (positief geladen elektronen uit de kern)
  • Neutronenstraling en deuteronenstraling
  • Gamma- en röntgenstraling (elektromagnetische straling)

Gesloten en open bronnen

  • Gesloten radioactieve bronnen zijn op een drager bevestigd of ingekapseld waardoor verspreiding van de radioactieve stof nagenoeg onmogelijk is. Voorbeelden zijn kalibratiebronnen voor besmettingsmonitoren en Cesiumbronnen voor therapeutische doeleinden.
  • Open bronnen zijn radioactieve stoffen die niet zijn vastgemaakt aan een drager. Het risico van verspreiding in de omgeving is groot. Open bronnen worden ook gebruikt in het onderzoek en bij de nucleaire geneeskunde. Bij gebruik in laboratoria worden specifieke eisen aan de werkruimte gesteld.

Mag ik zelf werken met ioniserende straling?

Iedereen die bij werkzaamheden met open bronnen of met ioniserende straling uitzendende toestellen een mogelijke kans heeft op meer dan 1 millisievert (mSv) blootstelling per jaar (bovenop de natuurlijke blootstelling), wordt beschouwd als radiologisch werker. De blootstellingsnormen voor radiologische werkers zijn anders dan voor niet-radiologische werkers (collega's, burgers).

Tabel 1 geeft een overzicht van de dosislimieten per jaar voor (radiologische) werkers en omgeving volgens het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Tabel 1. Wettelijke dosislimieten (mSv) per jaar

Categorie

Radiologisch 
werker 
3)

Werknemers tussen 16 en 18 jaar

Overige personen binnen de locatie

Leden bevolking buiten de locatie

Effectieve dosis

20 1)

6

1

0,1

Ooglens

20

15

15

-

Huid

500 2)

150 2)

50 2)

-

Handen, onderarmen, voeten en enkels

500

150

50

-

1) Voor zwangere werknemers gelden aanvullende limietwaarden.
2) Gemiddeld over niet-blootgesteld huidoppervlak van 1 cm.
3) Radiologisch werker is een:

  • A-werknemer indien er gerede kans is op blootstelling groter dan 3/10 van de limiet;
  • B-werknemer indien de kans op blootstelling groter dan 3/10 van limiet zeer klein is.

Let op: voor de A-werknemers en B-werknemers gelden aparte voorschriften voor keuring, medische begeleiding, dosisregistratie en rapportage.

Wat zijn de risico's van ioniserende straling?

Als het lichaam blootgesteld wordt aan radioactieve straling kan er schade optreden in het weefsel. De schade neemt toe bij toenemende hoeveelheid geabsorbeerde stralingsenergie.

Afhankelijk van de hoeveelheid en het dosistempo kan straling op twee manieren gevolgen hebben:

  • de directe gevol­gen: binnen enkele uren of weken. Er ontstaan beschadigde cellen, brandwonden of genetische mutaties;
  • de latere gevolgen: soms pas na tientallen jaren komen afwijkingen tot uiting (genetische mutaties, kanker) of er doen zich afwijkingen voor bij het nageslacht.

Bestraling en besmetting

  • Met bestraling wordt uitwendige blootstelling bedoeld; deze eindigt zodra je je van de bron verwijdert.
  • Met besmetting wordt inwendige blootstelling bedoeld. De blootstelling stopt als de radioactieve stof door het lichaam wordt uitgescheiden. Dit kan erg langzaam gaan.

Welke maatregelen moet ik in acht nemen?

Om de werkomstandigheden zo optimaal mogelijk te houden zijn verschillende punten van belang.

  • Houd de hoeveelheid gebruikte radioactiviteit zo laag mogelijk.
  • Houd de blootstelling zo kort mogelijk.
  • Houd de afstand tot de bron zo groot mogelijk.
  • Gebruik afscherming (bijvoorbeeld loodafscherming bij het werken met gammastralers; perspex afscherming bij bètastralers).
  • Gebruik indien voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (loodschort, loodhandschoenen etc.).

Hoe werk ik veilig met röntgenstraling?

Röntgenstraling ontstaat wanneer elektronen of ionen met materie botsen. Bij constante intensiteit van de deeltjesbundel neemt de doserings­snelheid bij toename van de energie sterk toe; bij een versnelspanning van enige tientallen kilovolts kan een verdubbeling van de ver­snellende spanning een meer dan duizendvoudige vergroting van de doseringssnelheid veroorzaken.

Belangrijk om te weten:

  • Alleen deskundigen mogen röntgenmetingen uitvoeren; de aanwijzing van de verschillende stralingsmonitors vereist interpretatie.
  • In vacuüm bestaat bij spanningen hoger dan 5 kV en/of stromen groter dan 1 mA de mogelijkheid van een ontoelaatbare stralingsintensiteit. Indien deze situatie zich ergens kan voordoen - denk hieraan vooral bij nieuwe opstellingen! - moet de stralingsdeskundige hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld worden; deze kan dan een doelmatige meting verrichten.
  • Experimenten waarbij (de mogelijkheid van) een ontoelaatbare stralings­intensiteit bestaat, dienen te zijn voorzien van een deugdelijke afscherming, markering, stralingsmonitor en waarschuwingslampen. Dergelijke experimenten zijn vergunningsplichtig.

Tips

  • Zorg dat de apparatuur afdoende afgeschermd is.
  • Laat de apparatuur op voorgeschreven wijze onderhouden.
  • Laat bij twijfel door de stralingsdeskundige metingen uitvoeren.
  • Draag indien de dosistempi hoog zijn loodschorten en andere persoonlijke beschermingsmiddelen.

Hoe voer ik radioactief afval af?

Het afvoeren van radioactieve stoffen is aan strenge regels gebonden. De stralingsdeskundige kan je hierover informeren. De deskundige zorgt voor afvoer naar de COVRA NV, onder de vereiste voorwaarden met de juiste formulieren.

 

Confidental Infomation