NWO-I

NWO - Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek - print-logo

URL voor deze pagina :
https://www.nwo-i.nl/nieuws/2015/06/11/industrial-partnership-programmes-uniek-en-succesvol-instrument/

Geprint op :
13 juli 2018
16:29:41

In de afgelopen jaren is de interesse in het IPP sterk toegenomen en dit zet een grote druk op het beschikbare budget. In oktober 2014 gaf de Raad van Bestuur de opdracht om het financieringsinstrument IPP te evalueren. Een speciaal ingestelde onafhankelijke evaluatiecommissie heeft gekeken naar de bijdrage van het instrument IPP aan de wetenschap, aan innovatieve effecten bij de deelnemende bedrijven en aan de Nederlandse kenniseconomie in algemene zin. 

Conclusies en aanbevelingen
De commissie concludeert dat dankzij de IPP's FOM erin is geslaagd om:

  • hoogwaardige kennis (met impact boven het Nederlandse gemiddelde) te genereren, de opbrengst uit het IPP-onderzoek is bovendien net zo hoog als die uit ander FOM-onderzoek;
  • nieuwe wetenschapsgebieden te identificeren en te betreden;
  • fundamentele natuurkunde duurzaam te verbinden met de innovatieactiviteiten van grote kennisintensieve bedrijven; 
  • op meerdere manieren bij te dragen aan de innovatieagenda's van de deelnemende bedrijven door deze inhoudelijk te versterken, en door impulsen te geven om deze meer op de langere termijn te richten en ze daarmee toekomstbestendiger te maken;
  • talent op te leiden dat (direct na de promotie) tweemaal vaker de carrière in het bedrijfsleven vervolgt dan gebruikelijk voor FOM-promovendi, en dat gemiddeld genomen de promotie zes à negen maanden sneller afrondt dan het Nederlands gemiddelde;
  • een financiële hefboom te realiseren: de deelname van bedrijven zorgt voor een meer dan drie keer zo hoog budget voor het onderzoek dan alleen met FOM-middelen beschikbaar zou zijn geweest.

De commissie doet drie concrete aanbevelingen:

  1. maak het IPP breder toegankelijk: voor andere disciplines en voor kleinere bedrijven;
  2. verlaag de druk op het budget: door strengere selectie en meer focus aan te brengen en door het budget te verruimen. Hierbij maakt de commissie de kanttekening dat deze verruiming niet ten koste mag gaan van het vrije onderzoek;
  3. verbeter de samenwerking in generieke IPP's, dat zijn programma's waarin een call wordt uitgeschreven en de beste voorstellen worden geselecteerd (dit in tegenstelling tot specifieke IPP's, waar de onderzoeksprojecten en betrokken onderzoekers al bij de aanvraag van het IPP helemaal vaststaan).

Wim van Saarloos, tot 1 juni directeur FOM, blikt terug: "Ik ben er erg trots op dat de Industrial Partnership Programmes zoveel nieuwe samenwerkingsverbanden van wetenschap en industrie hebben opgeleverd, zonder dat concessies zijn gedaan aan de kwaliteit van het onderzoek. Dat is een waardevolle bijdrage aan de kenniseconomie en het topsectorenbeleid, ook omdat de promovendi uit de IPP's vaak de weg naar de bedrijven vinden voor hun vervolgcarrière. Een fantastisch resultaat!"

Rob Hamer, voorzitter van de evaluatiecommissie: "FOM stak tien jaar geleden zijn nek uit door met het IPP te starten. Dat heeft goed uitgepakt. Als je het zakelijk beschouwt, heeft FOM dertig miljoen in IPP's geïnvesteerd. De monetaire waarde van de output is echter honderd miljoen, dus de hefboomwerking is gigantisch. Binnen de IPP's komen onderzoekers in samenwerking met de industrie tot excellente resultaten. De industrie wordt in de media nogal eens verweten dat ze een greep in de onderzoekskas doen en wetenschappers alle vrijheid ontnemen . Deze grondige evaluatie toont aan dat het niet waar is. Zowel onderzoekers als industrie willen het IPP van harte voortzetten. Het instrument is zo goed, dat het als best practice naar andere disciplines of het bètadomein meegenomen moet worden."

FOM Industial Partnership Programmes (IPP's)
Het financieringsinstrument IPP richt zich op vraaggestuurd (use-inspired), exploratief, precompetitief onderzoek. Het onderzoek binnen IPP's moet primair gericht zijn op fundamenteel begrip, maar daarnaast ook op toekomstige toepassingen. Een IPP is daarin uniek: andere subsidie-instrumenten richten zich ofwel primair op de wetenschap, ofwel op de toepassingen. Een ander belangrijk kenmerk van het IPP is dat de academische onderzoekers en de bedrijven op gelijke voet samenwerken. De gelijke voet geldt ook voor de financiering: de bedrijven dragen minimaal vijftig procent in cash bij aan het onderzoek (daarbovenop leveren de partners vaak ook aanzienlijke in-kind bijdragen). 

Industriële partners
Een aantal grote in Nederland gevestigde industriële bedrijven is partner in één of meerdere IPP's (geweest):  Shell, ASML, Philips, Unilever, AkzoNobel, DSM, Tata Steel, Nuon, FEI, BASF, Fujifilm, Sabic, Océ, SKF, en Roth&Rau, net als de in het buitenland gevestigde bedrijven Carl Zeiss, Microsoft, BP, Michelin, en AdTech. Daarnaast zijn ook verschillende kennisinstituten als TNO en NMi en de technologische topinstituten (tti's) M2i, DPI, TIFN en Wetsus partner (geweest). Via de tti's waren meerdere bedrijven via grotere consortia betrokken bij een IPP.

Informatie
Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met Gabby Zegers, hoofd Communicatie FOM, (030) 600 12 22.
Een publiekssamenvatting is te downloaden rechts bovenaan deze pagina. Het volledige evaluatierapport is op aanvraag beschikbaar via info@fom.nl.

Meer over FOM en samenwerken met bedrijven: zie het YouTube filmpje Physics & industry at FOM

Voor vragen over het financieringsinstrument IPP kunt u contact opnemen met Pieter de Witte, hoofd Onderzoek en bedrijven FOM, (030) 600 12 73.