NWO-I

NWO - Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek - print-logo

URL voor deze pagina :
https://www.nwo-i.nl/nwo-domein-enw/nobelprijzen/alle-nobelprijswinnaars-in-de-natuurkunde/

Geprint op :
10 december 2018
23:34:21

1901 Wilhelm Conrad Röntgen

Voor de ontdekking van de opmerkelijke straling die naar hem is genoemd

1902 Hendrik Antoon Lorentz en Pieter Zeeman

Voor hun ontdekking van de invloed van een magneet op de kleuren van het licht van een vlam

1903 Antoine Henri Becquerel

Pierre Curie en Marie Curie

Voor de ontdekking van het radioactieve verval

Voor hun bevindingen over de eigenschappen van het verschijnsel dat ontdekt is door professor Henri Becquerel

1904 John William Strutt Rayleigh

Voor zijn bevindingen over de dichtheden van de belangrijkste gassen en voor zijn ontdekking van het element argon

1905 Philipp Eduard Anton Lenard

Voor zijn bevindingen over de straling die de negatieve elektrode (kathode) uitzendt (namelijk zijn ontdekking dat de straling door een metalen folie gaat)

1906 Joseph John Thomson

Voor zijn theoretische en experimentele bevindingen over de elektrische geleiding van gassen (namelijk zijn bepaling van de massa van het elektron)

1907 Albert Abraham Michelson

Voor zijn optische precisie-instrumenten en het daarmee uitgevoerde meettechnische onderzoek (namelijk het stellen van een nauwkeuriger maat voor de meter) en zijn bevindingen over de spectra van licht die atomen uitzenden

1908 Gabriel Lippmann

Voor zijn op interferentie gebaseerde methode om kleuren fotografisch vast te leggen

1909 Guglielmo Marconi en Carl Ferdinand Braun

Voor hun bijdragen aan de ontwikkeling van de draadloze telegrafie

1910 Johannes Diederik van der Waals

Voor het opstellen van de toestandvergelijking voor gassen en vloeistoffen

1911 Wilhelm Wien

Voor zijn ontdekking van de wetten van de straling die warme voorwerpen uitzenden

1912 Nils Gustaf Dalén

Voor zijn uitvinding van automatische regelaars van gastoevoer voor de verlichting van vuurtorens en reddingsboeien

1913 Heike Kamerlingh Onnes

Voor zijn onderzoek naar de verschijnselen bij lage temperaturen, die tot de productie van vloeibaar helium hebben geleid

1914 Max von Laue

Voor zijn ontdekking van de buiging van röntgenstralen in de atoomkristallen waaruit vaste stoffen bestaan

1915 William Henry Bragg en William Lawrence Bragg

Voor de analyse van de bouw van atoomkristallen met röntgenstraling

1916 Geen prijs

 

1917 Charles Glover Barkla

Voor zijn ontdekking van de karakteristieke röntgenstraling die de chemische elementen uitzenden

1918 Max Karl Ernst Ludwig Planck

Voor de vooruitgang in de natuurkunde door zijn ontdekking van de quanta van energie

1919 Johannes Stark

Voor het aantonen van de invloed van het bewegen van atomen op de 'kleur' van straling (Doppler-effect) en zijn ontdekking van het uiteengaan van de kenmerkende 'kleurlijnen' van de straling (splitsing van het frequentiespectrum) in elektrische velden

1920 Charles Edouard Guillaume

Voor precisiemetingen in de natuurkunde door zijn ontdekking van eigenschappen van legeringen van nikkel en staal (namelijk het maken van een meetlat die niet bij warmte uitzet)

1921 Albert Einstein

Voor zijn verdiensten in de theoretische fysica, en met name voor zijn ontdekking van de wet van het verschijnsel waarbij lichtdeeltjes elektronen wegslaan (foto-elektrisch effect)

1922 Niels Bohr

Voor zijn ontdekking van de structuur van atomen en het verband met de straling die zij uitzenden

1923 Robert Andrews Millikan

Voor zijn bepaling van de elementaire elektrische lading en zijn metingen van het verschijnsel waarbij licht elektronen wegslaat (foto-elektrisch effect)

1924 Karl Manne Georg Siegbahn

Voor zijn ontdekking van nieuwe 'kleurlijnen' van röntgenstraling

1925 James Franck en Gustav Hertz

Voor hun ontdekking van de wetten die de invloed van op atomen botsende elektronen beheersen

1926 Jean Baptiste Perrin

Voor zijn bevindingen over de ruimtelijke spreiding van deeltjes bij het bezinken (namelijk de bepaling van het getal van Avogrado, d.i. het precieze aantal moleculen in twee gram waterstof)

1927 Arthur Holly Compton

Charles Thomson Rees Wilson

Voor de ontdekking van het naar hem genoemde verschijnsel (namelijk dat een elektron quanta van impuls aan röntgenstraling kan onttrekken)

Voor zijn methode om de banen van elektrisch geladen deeltjes zichtbaar te maken door ze damp te laten condenseren

1928 Owen Willans Richardson

Voor zijn bevindingen over geladen deeltjes die gloeiende draden uitzenden, en in het bijzonder de ontdekking van de naar hem genoemde wet (namelijk het verband tussen de temperatuur van de draad en het aantal uitgezonden deeltjes)

1929 Louis Victor de Broglie

Voor zijn ontdekking dat elektronen zich als golven gedragen

1930 Chandrasekhara Venkata Raman

Voor zijn bevindingen over de verstrooiing van licht en voor de ontdekking van het naar hem genoemde verschijnsel (namelijk dat lichtdeeltjes veranderen van 'kleur' door botsingen met atomen)

1931 Geen prijs

 

1932 Werner Heisenberg

Voor de creatie van de quantummechanica, die leidde tot de ontdekking van zware waterstofkernen (isotopen)

1933 Erwin Schrödinger en Paul Adrien Maurice Dirac

Voor de creatie van nieuwe vormen van de quantummechanica die doeltreffend zijn

1934 Geen prijs

 

1935 James Chadwick

Voor de ontdekking van het neutrale kerndeeltje, het neutron

1936 Victor Franz Hess

Carl David Anderson

Voor de ontdekking van deeltjes die uit de kosmos komen

Voor zijn ontdekking van de tegenpool van het elektron, het positron

1937 Clinton Joseph Davisson en George Paget Thomson

Voor de ontdekking dat elektronen net als röntgenstraling buigen in atoomkristallen

1938 Enrico Fermi

Voor zijn demonstratie van het bestaan van nieuwe radioactieve elementen, geproduceerd door neutronen op atoomkernen te schieten, en voor zijn ontdekking van de reacties in de kern

1939 Ernest Orlando Lawrence

Voor zijn uitvinding en ontwikkeling van de versneller van deeltjes met de naam cyclotron en voor de resultaten die ermee werden behaald (namelijk de aanmaak van nieuwe radioactieve elementen)

1940 Geen prijs

 

1941 Geen prijs

 

1942 Geen prijs

 

1943 Otto Stern

Voor zijn bijdrage aan de methode om het magnetisch moment van atomen te meten en zijn ontdekking over het magnetische moment van het proton (namelijk dat dit duizend keer zo klein is als dat van het elektron)

1944 Isidor Isaac Rabi

Voor zijn techniek om met radiogolven de draaiing van atoomkernen te beïnvloeden, waarmee de magnetische eigenschappen van atoomkernen te bepalen zijn

1945 Wolfgang Pauli

Voor zijn ontdekking van het principe dat bepaalde deeltjes niet dezelfde toestand mogen hebben, ook wel het principe van Pauli genoemd

1946 Percy Williams Bridgman

Voor zijn uitvinding van een apparaat dat extreem hoge drukken kan maken, en voor de ontdekkingen die hij daarmee deed (namelijk dat diamant kunstmatig is na te maken)

1947 Edward Victor Appleton

Voor zijn bevindingen over de processen in de atmosfeer, en voornamelijk voor zijn ontdekking van de zogeheten laag van Appleton

1948 Patrick Maynard Stuart Blackett

Voor de verbetering van de methode van Wilson om deeltjes aan te tonen, en zijn ontdekkingen van nieuwe deeltjes uit het heelal (namelijk het meson)

1949 Hideki Yukawa

Voor zijn voorspelling van het bestaan van het meson

1950 Cecil Frank Powell

Voor zijn ontwikkeling van de fotografische methode om processen in kernen te bestuderen en zijn bevindingen over mesonen met deze methode

1951 John Douglas Cockcroft en Ernest Thomas Sinton Walton

Voor de omvorming van atoomkernen met versnelde atoomdeeltjes

1952 Felix Bloch en Edward Mills Purcell

Voor de ontwikkeling van precisiemetingen aan het magnetische moment van kernen en hun ontdekkingen daarmee

1953 Frits Zernike

Voor de uitvinding van een microscoop die levende cellen en bacteriën zichtbaar maakt

1954 Max Born

Walther Bothe

Voor de interpretatie van de golffunctie als waarschijnlijkheidsindicatie voor een eigenschap

Voor zijn techniek deeltjes beter te detecteren door twee gebeurtenissen gelijktijdig te laten plaatsvinden, en zijn ontdekkingen daarmee

1955 Willis Eugene Lamb

Polykarp Kusch

Voor de ontdekking van hele fijne kleurlijnen in het spectrum van de straling van waterstof (de fijnstructuur)

Voor de exacte bepaling van het magnetische moment van het elektron

1956 William Shockley, John Bardeen en Walter Houser Brattain

Voor hun bevindingen over materialen die beter gaan geleiden bij hogere temperatuur (halfgeleiders) en de techniek om stromen door deze materialen te regelen (namelijk de uitvinding van de moderne transistor)

1957 Chen Ning Yang en Tsung-Dao Lee

Voor hun inzicht in symmetriewetten (zogeheten gelijkheidswetten) die hebben geleid tot belangrijke ontdekkingen over de elementaire deeltjes

1958 Pavel Alekseyevich Cherenkov, Ilja Mikhailovich Frank
en Igor Yevgenyevich Tamm

Voor de ontdekking en interpretatie van het Cherenkov-effect (namelijk dat een elektron dat in een vloeistof sneller beweegt dan licht blauw licht uitzendt)

1959 Emilio Gino Segré en Owen Chamberlain

Voor de ontdekking van de tegenpool van het proton, het antiproton

1960 Donald A. Glaser

Voor de uitvinding van de bellenkamer

1961 Robert Hofstadter

Rudolf Ludwig Mössbauer

Voor zijn bevindingen over de verstrooiing van elektronen in de kernen van atomen en voor zijn hierdoor bereikte ontdekkingen over de structuur van kerndeeltjes

Voor zijn bevindingen over de opname van de energie door radioactieve atoomkernen en zijn ontdekking van het verschijnsel dat zijn naam draagt (namelijk dat bepaalde radioactieve kernen in een kristalrooster zonder energieverlies straling aan elkaar kunnen doorgeven)

1962 Lev Davidovich Landau

Voor zijn theorie over vaste stoffen en vloeistoffen (gecondenseerde materie) (namelijk dat bepaalde heliumatomen vlak boven het absolute nulpunt hun aparte identiteit verliezen en zich als een eenheid gedragen)

1963 Eugene P. Wigner

Maria Goeppert-Mayer en J. Hans D. Jensen

Voor zijn bijdragen aan de theorie van de atoomkernen en de elementaire deeltjes, in het bijzonder de ontdekking van fundamentele symmetrie-eigenschappen van de natuur

Voor hun ontdekking van de energietoestanden waarin een kern kan zitten en die lijken op de energietoestanden van elektronen rond de kern (de schilstructuur)

1964 Charles H. Townes, Nicolay Gennadiyevich Basov
en Aleksandr Mikhailovich Prokhorov

Voor het werk dat heeft geleid tot de bouw van versterkers en oscillatoren gebaseerd op het gegeven dat er stoffen kunnen worden gemaakt die bij beschijning van straling met een bepaalde golflengte die straling met grotere intensiteit gaan uitzenden (het maser-laser principe)

1965 Sin-Itiro Tomonaga, Julian Schwinger en Richard P. Feynman

Voor hun fundamentele werk in de elektronica van quantumsystemen (namelijk de verklaring van de Lamb-verschuiving (zie Nobelprijs 1955), de verklaring van de waarde van het magnetisch moment van het elektron, en de nieuwe wijze om de elektrodynamica van quantumsystemen voor te stellen (de Feynmann-diagrammen))

1966 Alfred Kastler

Voor zijn methode om met licht te meten hoe atomen meetrillen met radiostraling (de Hertziaanse resonanties)

1967 Hans Albrecht Bethe

Voor zijn bijdrage aan de theorie van de zwakke reacties in de kern, en in het bijzonder voor zijn ontdekkingen over de processen in sterren

1968 Luis W. Alvarez

Voor zijn bijdrage aan de kennis van elementaire deeltjes, in het bijzonder de ontdekking van een groot aantal zeer kort levende deeltjesparen (resonanties)

1969 Murray Gell-Mann

Voor zijn bijdragen aan de indeling van elementaire deeltjes en hun manieren om met elkaar in wisselwerking te treden (namelijk de vaststelling dat elementaire deeltjes bestaan uit zogeheten quarks)

1970 Hannes Alfvén

Louis Néel

Voor zijn bevindingen over magnetische vloeistoffen en sterk elektrisch geleidende gassen met talrijke ionen en elektronen (plasma's)

Voor zijn ontdekking van patronen waarin magnetische atomen zich in atoomkristallen kunnen ordenen

1971 Dennis Gabor

Voor zijn uitvinding van een methode om fotografische platen (hologrammen) te maken die alle informatie van een driedimensionaal beeld bevatten

1972 John Bardeen, Leon N. Cooper en J. Robert Schrieffer

Voor hun verklaring van de geleiding van stroom zonder weerstand (supergeleiding), gewoonlijk de BCS-theorie genoemd

1973 Leo Esaki en Ivar Giaever

Brian D. Josephson

Voor hun bevindingen over elektronen die door een barrière gaan terwijl ze daarvoor geen energie bezitten (tunneling) in halfgeleiders en supergeleiders

Voor zijn voorspellingen van de eigenschappen van een stroom uit een supergeleider door een barrière, in het bijzonder de verschijnselen die bekend staan als Josephson-effecten. (namelijk dat de stroom zonder spanning door de barrière kan gaan en dat er bij een spanning een wisselstroom ontstaat)

1974 Martin Ryle en Antony Hewish

Voor hun ontdekkingen aan radiosignalen van sterren (namelijk de ontdekking van zenders die zichzelf regelmatig herhalen (pulsars))

1975 Aage Bohr, Ben Mottelson en James Rainwater

Voor de ontdekking van het verband tussen de gezamenlijke beweging en de beweging van het enkele kerndeeltje in atoomkernen

1976 Burton Richter en Samuel C.C. Ting

Voor hun ontdekking van een zwaar elementair deeltje van een nieuwe soort (namelijk het psi-deeltje)

1977 Philip W. Anderson, Nevill F. Mott en John H. van Vleck

Voor hun theoretische bevindingen over de elektrische eigenschappen van magnetische materialen en onregelmatige atoomkristallen

1978 Pyotr Leonidovich Kapitsa

Arno A. Penzias en Robert W. Wilson

Voor zijn ontdekking van de supervloeibaarheid van ijskoud helium

Voor hun ontdekking van de achtergrondstraling van de kosmos

1979 Sheldon L. Glashow, Abdus Salam en Steven Weinberg

Voor hun theorie die zowel de zwakke als de elektromagnetische krachten verklaart, en de voorspelling van een zwakke stroom in de kern (de neutrino's) die niet elektrisch geladen is

1980 James W. Cronin en Val L. Fitch

Voor de ontdekking van de schending van de spiegelsymmetrie bij het verval van een bepaald deeltje (het neutrale K-meson)

1981 Nicolaas Bloembergen en Arthur L. Shawlow

Kai M. Siegbahn

Voor de verbetering van technieken om met lasers te meten

Voor de ontwikkeling van een methode om de energie van vrijgekomen elektronen te bepalen na bestraling van materialen

1982 Kenneth G. Wilson

Voor zijn theorie van de verschijnselen die de overgangen tussen de toestand van gas, vloeistof en vaste stof (faseovergangen) bepalen

1983 Subramanyan Chandrasekhar

William A. Fowler

Voor zijn bevindingen over de processen die de opbouw en ontwikkelingsfasen van sterren bepalen

Voor zijn bevindingen over de kernreacties waardoor chemische elementen zijn ontstaan

1984 Carlo Rubbia en Simon van der Meer

Voor hun doorslaggevende bijdragen aan het grote project, dat tot de ontdekking van de twee overdragers van de zwakke kracht leidde

1985 Klaus von Klitzing

Voor zijn ontdekking van het stapsgewijs toenemen van de weerstand in koude strips waarop een magneetveld staat als de waarde van het magneetveld verandert. Het betreft de weerstand loodrecht op de stroom en het magneetveld (het gequantiseerde Hall-effect)

1986 Ernst Ruska

Gerd Binnig en Heinrich Rohrer

Voor zijn ontwerp van de eerste elektronenmicroscoop

Voor hun ontwerp van een meetmethode die het oppervlak atoom voor atoom af kan tasten met behulp van elektronen die tussen het apparaat en het oppervlak overspringen, terwijl ze daarvoor geen energie hebben (tunnel-effect)

1987 J. Georg Bednorz en K. Alexander Müller

Voor hun ontdekking van stroom zonder weerstand in keramische materialen

1988 Leon M. Lederman, Melvin Schwartz en Jack Steinberger

Voor de methode die leidde tot het meten van het neutrino en de demonstratie van het bestaan van een nieuw neutrino (het muon-neutrino)

1989 Norman F. Ramsey

Hans G. Dehmelt en Wolfgang Paul

Voor de uitvinding van een nieuwe atoomklok op basis van twee magnetische velden

Voor de ontwikkeling van de methode om ionen op te sluiten in een val

1990 Jerome I. Friedman, Henry W. Kendall en Richard E. Taylor

Voor hun bevindingen over niet-elastische botsingen van elektronen op protonen en gebonden neutronen, die essentieel zijn geweest voor de bevestiging van het bestaan van de quarks

1991 Pierre-Gilles de Gennes

Voor zijn ontdekking dat methoden voor de studie van ordeverschijnselen in simpele systemen ook van toepassing zijn op complexe systemen zoals vloeibare kristallen en polymeren

1992 Georges Charpak

Voor de uitvinding en ontwikkeling van betere detectoren voor deeltjes (namelijk de dradenkamer waarin talrijke draden zitten, onder elektrische spanning, die fungeren als polen (anodes en kathodes) en elk apart met computers zijn verbonden)

1993 Russel A. Hulse en Joseph H. Taylor jr.

Voor de ontdekking van een nieuw type regelmatige zender (pulsar) in de kosmos, een ontdekking die nieuwe manieren heeft blootgelegd voor de studie naar de zwaartekracht

1994 Bertram N. Brockhouse

Clifford G. Shull

Voor de ontdekkingen over de opbouw van materie na deze met neutronen te hebben bestraald

Voor de ontwikkeling van de techniek waarbij de verstrooiing van neutronen wordt gebruikt

1995 Martin L. Perl

Frederick Reines

Voor zijn ontdekking van het lepton, de tau

Voor zijn detectie van het neutrino

1996 David M. Lee, Douglas D. Osheroff en Robert C. Richardson

Voor hun ontdekking van de supervloeibaarheid van helium-3

1997 Steven Chu, Claude Cohen Tannoudji en William D. Phillips

Voor de techniek om atomen met laserlicht te koelen en op te sluiten

1998 Robert B. Laughlin, Horst L. Stormer en Daniel C. Tsui

Voor hun ontdekking van een nieuwe vorm van een vloeistof met vibraties waarvan de lading een fractie is van de eenheidslading

1999 Gerard 't Hooft en Martinus J.G. Veltman

Voor het ophelderen van de werking van de zwakke en elektromagnetische krachten in de natuur

2000 Zhores I. Alferov en Herbert Kroemer

Jack St. Clair Kilby

Voor het maken van halfgeleiderplaten (juncties) voor zeer snelle elektronica en elektronica die licht opwekt

Voor zijn aandeel in de uitvinding van elektrische circuits die componenten integreren (namelijk het maken van een computerprocessor uit één stuk silicium)

2001 Eric A. Cornell, Wolfgang Ketterle en Carl. E. Wieman

Voor het bereiken van Bose-Einsteincondensatie in verdunde gassen van alkali-atomen, en voor vroeg fundamenteel onderzoek aan de eigenschappen van de condensaten

2002 Raymond Davis Jr en Masatoshi Koshiba

Riccardo Giacconi

Voor vernieuwende bijdragen aan de astrofysica, in het bijzonder voor de detectie van kosmische neutrino's

Voor vernieuwende bijdragen aan de astrofysica, die hebben geleid tot de ontdekking van kosmische bronnen van röntgenstraling

2003 Alexei Abrikosov, Vitaly Ginzburg en Anthony Leggett

Voor hun pionierende bijdragen aan de theorie van supergeleiders en supervloeistoffen

2004 David Gross, David Politzer en Frank Wilczek

Voor hun ontdekking van de asymptotische vrijheid in de theorie van de sterke wisselwerking

2005 Roy Glauber

John Hall en Theodor Hänsch

Voor zijn bijdrage aan de quantumtheorie van optische coherentie

Voor hun bijdragen aan de ontwikkeling van precisiespectroscopie met lasers, inclusief de optische frequentiekam

2006 John Mather en George Smoot

Voor hun onderzoek naar kosmische microgolfachtergrondstraling

2007 Albert Fert en Peter Grünberg

Voor de ontdekking van 'giant magnetoresistance'

2008 Yoichiro Nambu

Makoto Kobayashi en Toshihide Maskawa

Voor zijn ontdekking van het mechanisme van spontaan gebroken symmetrie in de subatomaire fysica

Voor hun ontdekking van de oorsprong van de gebroken symmetrie die het bestaan voorspelt van tenminste drie quarkfamilies in de natuur

2009 Venkatraman Ramakrishnan, Thomas A. Steitz en Ada E. Yonath

Voor hun onderzoek naar de structuur en functies van ribosomen, de onderdelen in cellen die DNA in eiwit vertalen

2010 Andre Geim en Konstantin Novoselov

Voor hun doorbraak in het onderzoek naar tweedimensionaal grafeen

2011 Saul Perlmutter, Adam Riess en Brian Schmidt

Voor hun theoretisch en experimenteel onderzoek naar de uitdijing van het heelal door onderzoek aan supernova's

2012 David J. Wineland en Serge Haroche

Voor de manieren die zij hebben ontwikkeld om individuele deeltjes te meten en manipuleren, zonder hun quantummechanische toestand te veranderen.

2013 François Englert en Peter Higgs

Voor de door hen geformuleerde theorie van het higgsmechanisme dat verklaart waarom elementaire deeltjes massa hebben

2014 Isamu Akasaki, Hiroshi Amano en Shuji Nakamura

Voor de uitvinding van efficiënte blauwe leds. Deze waren lange tijd de missende kleur, om met blauwe en groene leds energiezuinige witte ledverlichting te kunnen maken

2015 Takaaki Kajita en Arthur McDonald

Voor de ontdekking van neutrino-oscillaties, wat aantoonde dat neutrino's massa hebben

2016 David Thouless, Duncan Haldane en Michael Kosterlitz

Voor hun onderzoek naar opologische faseovergangen