Print deze pagina

Principes, normen en maatregelen

De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit definieert vijf principes. Principes kunnen worden gezien als eigenschappen die een goede onderzoeker ertoe brengen in verschillende omstandigheden (ontwerp, uitvoering, verslaglegging, beoordeling en peer review en communicatie) de juiste keuzes te maken:

  • eerlijkheid
  • zorgvuldigheid
  • transparantie
  • onafhankelijkheid
  • verantwoordelijkheid

De organisatie zorgt daarbij voor een werkomgeving waarbinnen goede onderzoekspraktijken worden bevorderd en gewaarborgd. De organisatie faciliteert een veilige, inclusieve en open omgeving, waarin medewerkers zich verantwoordelijk en aanspreekbaar voelen, dilemma's kunnen delen en gemaakte fouten kunnen bespreken zonder bang te hoeven zijn voor de consequenties ('blame-free reporting'). De zorgplichten hebben betrekking op training en supervisie, onderzoekscultuur, databeheer, openbaarmaking en verspreiding en ethische normstelling en procedures.

Niet-naleven van normen doet afbreuk aan de professionele verantwoordelijkheden. Dat schaadt het onderzoeksproces en de relatie tussen onderzoekers, en mogelijk ook het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van het onderzoek. De gedragscode wetenschappelijke integriteit maakt onderscheid tussen schendingen van de wetenschappelijke integriteit, bedenkelijk gedrag en lichte tekortkomingen. In de code staat beschreven hoe een instelling om moet gaan met potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit. De code laat aan de ene kant ruimte aan de instellingen om tot een gebalanceerd oordeel te komen over potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit, maar noemt de wegingscriteria die daarbij een rol spelen expliciet.

Confidental Infomation