NWO-I

NWO - Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek - print-logo

URL voor deze pagina :
https://www.nwo-i.nl/nwo-institutenorganisatie/fusie-nwo-instituten/

Geprint op :
21 november 2017
22:35:51

De fusie
Om subsidieverstrekking en uitvoering van onderzoek van elkaar te onderscheiden, bestaat NWO sinds 1 januari 2017 uit de volgende twee rechtspersonen: NWO en NWO-I. NWO-I, voluit de Stichting Nederlandse Wetenschappelijk Onderzoek Instituten, is een zelfstandige stichting behorende bij NWO. Deze organisatie is ontstaan uit het deel van FOM dat de instituten (AMOLF, ARCNL, DIFFER en Nikhef) en de universitaire werkgroepen ondersteunt. De overige vijf NWO-instituten, ASTRON, CWI, NIOZ, NSCR en SRON fuseren per 1 januari 2018 met NWO-I.

Het fusieproces
De raad van bestuur van NWO heeft de eindverantwoordelijkheid voor de integratie van de instituten en NWO-I. Ook de besturen van NWO-I en van de fuserende stichtingen besluiten over de fusie. Een taskforce is ingesteld bestaande uit een lid van de raad van bestuur van NWO (Caroline Visser), de directeur van de Institutenorganisatie van NWO (Christa Hooijer), een instituutsdirecteur namens de instituten (Henk Brinkhuis, NIOZ) en Roeland Stolk (Berenschot) die namens het transitiebureau als secretaris optreedt. Deze taskforce staat in nauw overleg met de instituutsdirecteuren en stuurt direct drie projectteams aan.

Communicatie
De directeuren van de instituten zullen hun medewerkers informeren over de fusie. Deze webpagina biedt een overzicht.

Bureau NWO-I
De bureauorganisatie van NWO-I is op 1 april 2017 officieel van start gegaan met 46 medewerkers en bestaat uit drie afdelingen: Financiën, Personeel & Organisatie en Strategische Ondersteuning. Daarnaast zijn er drie inhoudelijke clusters: Communicatie, Juridische zaken en Vastgoedbeheer. NWO-I blijft de host van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH). Het bureau bevindt zich op twee locaties: Den Haag en Utrecht (het grootste deel).

Hieronder staan vragen en antwoorden (Frequently Asked Questions) over de fusie tussen NWO-I en de instituten ASTRON, CWI, NIOZ, NSCR en SRON.

 

 

Frequently Asked Questions (FAQ) fusie NWO-instituten

Hieronder staan vragen en antwoorden (Frequently Asked Questions) over de fusie tussen NWO-I en de instituten ASTRON, CWI, NIOZ, NSCR en SRON.

A – GEVOLGEN VOOR MEDEWERKERS
1. Wat verandert er in mijn status als medewerker als gevolg van de fusie?
2. Moeten medewerkers met een tijdelijk contract zich zorgen maken?
3. Blijft de cao hetzelfde?
4. Behoudt iedereen zijn/haar dienstjaren na de fusie?
5. Verandert mijn werk, mijn takenpakket en/of functie op 1 januari 2018?
6. Wat betekent de overstap naar NWO-I voor medewerkers in vaste dienst van ASTRON, NSCR en SRON?
7. Wat betekent de overstap naar NWO-I voor medewerkers in tijdelijke dienst van ASTRON, NSCR en SRON? 
8. Waar kan ik na de fusie terecht voor personeelsaangelegenheden?
9. Vallen er ontslagen?
10. Wat zijn functievolgers?
11. Wat is de rol van de ondernemingsraad in het proces (geweest)?
12. Waar kan ik hierover advies krijgen, waar kan ik terecht met mijn vragen?

B – GEVOLGEN VOOR INSTITUTEN
1. Wat gaat er formeel veranderen voor de instituten?
2. Het bureau NWO-I en de bedrijfsvoering van de instituten werken volgens een dienstverleningsmodel, wat houdt dat in?
3. Bij wie van de raad van bestuur kunnen de instituten terecht?
4. Wie gaat het wetenschappelijke beleid van de instituten bepalen?

C – AANLEIDING VOOR DE FUSIE
1. Waarom is NWO in transitie?
2. In het nieuwe NWO komen vier wetenschapsdomeinen, een NWO-I en een bedrijfsvoeringsgedeelte. Hoe zorgen we ervoor dat deze organisatie onderdelen nauwer gaan samenwerken?
3. Hoe wordt de samenwerking tussen domeinen en instituten vorm gegeven?

D – BESTURING
1. Wie is de baas van NWO?
2. Wie bepaalt het beleid van het nieuwe NWO en hoe groot is de rol van de wetenschappers?
3. Wat doet de raad van toezicht en wat is hun invloed?
4. Er zijn een beperkt aantal disciplines vertegenwoordigd in de raad van bestuur. Hoe wordt gezorgd dat ook de andere disciplines voldoende vertegenwoordigd worden?

E – MEDEZEGGENSCHAP
1. Er komt een aparte stichting voor NWO-I. Wordt het nieuwe NWO nu als een organisatie of als twee organisaties bestuurd?
2. En wat betekent dat voor de toekomstige medezeggenschap?
3. Komt er één uitvoeringsregeling?
4. Wie onderhandelt er over de uitvoeringsregelingen (UVR)?

F – MEER INFORMATIE

 

 

A – GEVOLGEN VOOR MEDEWERKERS

1. Wat verandert er in mijn status als medewerker als gevolg van de fusie?
Op dit moment hebben medewerkers in dienst van ASTRON, SRON en NSCR een ambtelijke aanstelling en medewerkers van CWI en NIOZ een arbeidsovereenkomst (werknemerstatus). Alle medewerkers van de Stichting NWO-I worden werknemers in dienst van de stichting (werknemerstatus). Hiermee worden gelijke kansen en rechten voor medewerkers van alle instituten en het bureau NWO-I het best gewaarborgd.
Aangezien alle medewerkers (ambtenaren en werknemers) nu al dezelfde CAO (de CAO-WVOI) hebben, is het verschil tussen werknemers en ambtenaren in de praktijk minimaal. Alle primaire arbeidsvoorwaarden zijn identiek. De meest essentiële verschillen betreffen de soort aanstelling, de procedure bij ontslag en de mogelijkheden voor het aangaan van tijdelijke dienstverbanden.
Als ambtenaar heb je een eenzijdige aanstelling, terwijl een werknemer een tweezijdige arbeidsovereenkomst heeft. Hierdoor geldt bij ontslag een andere procedure. Als ambtenaar wordt de aanstelling eenzijdig beëindigd en kan je daar bezwaar tegen aantekenen. Als werknemer dient bij ontslag de arbeidsovereenkomst via een kantonrechter ontbonden te worden.

2. Moeten medewerkers met een tijdelijk contract zich zorgen maken?
De transitie is geen aanleiding om het tijdelijke contract eerder te beëindigen. Per medewerker wordt – net als vóór de transitie - aan het einde van de looptijd van het tijdelijke contract bekeken of het contract wordt verlengd.

3. Blijft de cao hetzelfde?
Ja. De cao verandert niet als gevolg van de transitie. Wel vindt zoals elk jaar overleg en onderhandeling plaats met de vakbonden over de cao. De huidige cao loopt tot 31 dec 2017.

4. Behoudt iedereen zijn/haar dienstjaren, na de fusie?
Ja. Werknemers die in het kader van de transitie een nieuwe werkgever (NWO of NWO-I) krijgen, behouden voor vaststelling bij de nieuwe werkgever hun diensttijd bij de voorgaande werkgever.

5. Verandert mijn werk, mijn takenpakket en functie op 1 januari 2018?
Op 1 januari 2018 fuseren de instituten ASTRON, CWI, NIOZ, NSCR en SRON met stichting NWO-I. Alle medewerkers blijven op hun eigen instituut hun eigen werk doen, ook na 1 januari 2018.
Voor nieuwe NWO-I medewerkers geldt:

  • In het organisatieontwerp is vastgelegd op welke wijze de instituten en het bureau NWO-I met elkaar samenwerken: het dienstverleningsmodel (zie ook vraag B-2). In het voorjaar van 2017 is een impactanalyse uitgevoerd van het dienstverleningsmodel op de organisaties van NWO (het bureau NWO-I, de instituten en NWO-D). Hieruit blijkt dat de impact zeer beperkt is, en slechts betrekking heeft op enkele functies. De effecten voor de betrokken medewerkers worden opgevangen met natuurlijk verloop en beperkte aanpassingen in de context van de eigen functie. De betrokkenen zijn daarmee functievolgers (zie ook vraag A-3).
  • De werknemers uit de zogeheten functiefamilies Onderzoek, Onderzoeks-ondersteuning, Techniek en Bibliotheek behouden hun functie in de huidige organisatorische inbedding en op de huidige standplaats. De plaatsingsprocedure is op hen niet van toepassing.
  • Voor alle andere medewerkers geldt dat zij hun huidige functie behouden in de huidige organisatorische inbedding en op de huidige standplaats. Zij zijn daarmee functievolgers (zie ook vraag A-3).

6. Wat betekent de overstap naar NWO-I voor medewerkers in vaste dienst van ASTRON, NSCR en SRON?
Medewerkers die nu bij ASTRON, NSCR en SRON werken, zijn formeel in dienst van NWO en hebben daarom nu de ambtenarenstatus. Als zij in dienst komen van de institutenstichting, krijgen zij net als de medewerkers van de overige instituten de werknemersstatus. De gevolgen van deze verandering zijn gering. Alle medewerkers van NWO, NWO-I, CWI en NIOZ hebben namelijk dezelfde cao en dezelfde pensioenregeling (ABP). Dus in financieel opzicht verandert er niets voor de medewerkers van NWO die overgaan naar de institutenstichting, en zij zullen hun anciënniteit behouden.
Wat wel verschilt tussen ambtenaren en werknemers is de regeling voor beroep bij ontslag. Voor werknemers is de procedure voor beroep bij ontslag over het algemeen sneller en helderder. Voor ambtenaren is het aantal keren dat beroep kan worden aangetekend nagenoeg onbeperkt (Zie ook vraag A-7).

7. Wat betekent de overstap naar NWO-I voor medewerkers in tijdelijke dienst van ASTRON, NSCR en SRON?
Net als voor vaste medewerkers verandert er in financieel opzicht niets voor de medewerkers van NWO in tijdelijke dienst die overgaan naar de institutenstichting. Wel is het zo dat we, los van de transitie, in de toekomst naar een kleiner aantal, meer algemeen beschreven, (generieke) functiebeschrijvingen gaan. Ook zijn er verschillen in de maximum aanstellingsduur van tijdelijke medewerkers, zoals postdocs en promovendi, als gevolg van de overstap naar de institutenstichting voor medewerkers in tijdelijke dienst van ASTRON, NSCR en SRON.

Voor werknemers binnen NWO-I is de hoofregel voor tijdelijke contracten: maximaal drie opvolgende contracten in maximaal twee jaar.
Afwijkingen binnen de cao-onderzoek instituten:
- tijdelijk externe financiering maximaal vier jaar (waarbinnen drie contracten mogelijk zijn) ;
- wetenschappers in de schalen tien en elf maximaal vier jaar (waarbinnen drie contracten mogelijk zijn) ;
- een eenmalig contract voor langer dan twee jaar, dat eenmalig kan worden verlengd met maximaal drie maanden;
- Tenure Track: maximaal zes jaar (eenmalig verlengd voor drie maanden).

Voor ambtenaren die nu in dienst zijn van NWO is de hoofdregel voor tijdelijke contracten : maximaal drie opeenvolgende contracten in maximaal drie jaar. Contract voor ‘bepaald werk’: maximaal drie opeenvolgende contracten in maximaal zes jaar. Tenure Track: maximaal zes jaar.

Indien werknemers in tijdelijke dienst van de overgang nadeel zouden ondervinden, zal hiervoor met maatwerk een oplossing worden gevonden.

8. Waar kan ik na de fusie terecht voor personeelsaangelegenheden?
Na de fusie kunnen medewerkers voor vragen over onder andere loonstrookjes, ziekmelding en vakantiedagen terecht bij de afdeling personeelszaken van hun eigen instituut. Vooralsnog blijven de daar bestaande procedures rond ziekmelding en verlof ongewijzigd. NWO-I kent een medewerkersportal 'NWO-I People' waar alle werknemers met een persoonlijke gebruikersnaam en wachtwoord hun salarisstroken en jaaropgaven kunnen inzien en downloaden. Betrokkenen ontvangen hierover informatie zodra ze NWO-I-werknemer zijn geworden.

9. Vallen er ontslagen?
De transitie van NWO is geen bezuinigingsoperatie. Er vallen geen gedwongen ontslagen. Inzet is de organisatiestructuur flexibeler en slagvaardiger te maken en de samenwerking tussen de organisatieonderdelen te bevorderen.

10. Wat zijn functievolgers?
Functievolgers zijn medewerkers waarvan de functie (nagenoeg) ongewijzigd terugkeert in de nieuwe organisatie. Alle medewerkers van de instituten zijn functievolger.

11. Wat is de rol van de ondernemingsraad in het proces (geweest)?
Sinds de start van de (voorbereidende) werkzaamheden in het kader van de fusie van de instituten tot NWO-Iheeft er intensief overleg plaatsgevonden met de ondernemingsraad. Het onderwerp transitie stond gedurende de structurele overlegvergaderingen vast op de agenda.

In mei 2017 zijn twee adviesaanvragen naar de COR NWO, OR NWO, OR ASTRON, OR SRON, OR NIOZ, OR CWI, OR AMOLF, OR DIFFER, OR NIKHEF en OR ARCNL verzonden.
a. Adviesaanvraag I: 'Adviesaanvraag over de juridische fusie per 1/1/2018';
b. Adviesaanvraag II: 'Adviesaanvraag over belangrijke wijzigingen in de organisatie, de verdeling van bevoegdheden en de gevolgen voor de medewerker'.

De medezeggenschap van NWO heeft in het algemeen positief geadviseerd over de beide adviesaanvragen. Enkele raden onthielden zich van advies. Deze raden gaven aan ofwel geen impact te zien voor het eigen instituut, ofwel te adviseren via de COR. Enkele ondernemingsraden hebben voorwaardelijk positief geadviseerd.

12. Waar kan ik hierover advies krijgen, waar kan ik terecht met mijn vragen?
Je kunt vragen altijd stellen aan je leidinggevende en bij P&O. Tevens worden er in de periode oktober – december 2017 bij alle instituten spreekuren georganiseerd door P&O. Uiteraard kun je ook terecht bij je leidinggevende als je je zorgen maakt over het proces in het algemeen.

 

B – GEVOLGEN VOOR INSTITUTEN

1. Wat gaat er formeel veranderen voor de instituten?
Per 1 januari 2017 is FOM omgevormd tot institutenstichting NWO-I. Daarmee zijn per 1 januari 2017 de oud-FOM-instituten AMOLF, ARCNL, DIFFER en NIKHEF automatisch deel uit gaan maken van NWO-I en zijn de werknemers sindsdien in dienst van NWO-I. De huidige promovendi bij universiteiten die in dienst waren van FOM dienen hun contract uit in dienst van de institutenstichting. De overige instituten ASTRON, CWI, NIOZ, NSCR en SRON fuseren per 1 januari 2018 met NWO-I.

2. Het bureau NWO-I werkt volgens een dienstverleningsmodel, wat houdt dat in?
Het dienstverleningsmodel beschrijft de relatie tussen het bureau van NWO-I en de instituten, de RvB en het stichtingsbestuur evenals met NWO. Het gaat dan om ondersteuning op het gebied van strategie, financieel beheer, inkoop, vastgoed, personeel, facilitaire diensten, ICT, communicatie en juridische zaken. Het bureau NWO-I onderhoudt ook functionele contacten met de bedrijfsvoeringsafdelingen bij NWO. Op 1 april 2017 is de afdeling strategisch ondersteuning bij het bureau NWO-I gestart. Vanaf 1 januari 2018, wanneer alle instituten gefuseerd zijn met stichting NWO-I, werkt bureau NWO-I op alle bovenstaande functies formeel conform het dienstverleningsmodel.

3. Bij wie van de raad van bestuur kunnen de instituten terecht?
Allereerst over de rolverdeling tussen het stichtingsbestuur en de raad van bestuur (RvB): de instituten worden straks bestuurd door één bestuur, het stichtingsbestuur NWO-I. Het bestuur van de stichting vormt een personele unie met de raad van bestuur NWO. Dat wil zeggen dat beide besturen uit dezelfde personen bestaan. Er is bewust voor gekozen om de RvB gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor de instituten. Daarbij gaat de raad van bestuur over beleidsmatige zaken met betrekking tot de instituten en het stichtingsbestuur over de bedrijfsvoering binnen NWO-I (inclusief instituten).

De RvB leden hebben ieder een diverse portefeuille met aandachtsgebieden. De gehele lijst met aandachtsgebieden is te vinden op http://vsp.nwo.nl/sites/rvb/Publiek/Forms/AllItems.aspx, of op te vragen via het bureau RvB. Voor ieder instituut is tevens een portefeuillehouder binnen de RvB. Deze verdeling is in de onderstaande tabel weergegeven.

Instituut

Portefeuillehouder in RvB

Nikhef

Niek Lopes Cardozo

AMOLF

Ineke Braakman

ARCNL

Stan Gielen

NIOZ

Wim van den Doel

ASTRON

Jaap Schouten

SRON

Jaap Schouten

DIFFER

Wim van den Doel

NSCR

Wim van den Doel

CWI

Jaap Schouten

Via deze portefeuilles moeten ook informele contacten tussen directeur en RvB-lid makkelijk te leggen zijn.

Los hiervan komt er een overlegorgaan van de raad van bestuur met de gezamenlijke instituutsdirecteuren en de directeur NWO-I. Tevens is geformuleerd dat RvB-leden op verzoek aan kunnen sluiten bij overleggen van instituutsdirecteuren, en instituutsdirecteuren op verzoek aan kunnen sluiten bij RvB-overleggen.

4. Wie gaat het wetenschappelijke beleid van de instituten bepalen?

De wetenschappelijke activiteiten vallen buiten de scope van de fusie en de missies van de instituten veranderen niet als gevolg van de fusie. De instituutsdirecteur krijgt met de missie van het instituut een ruim mandaat om de uitvoeringsstrategie voor te bereiden met het daarbij behorende ondernemerschap, binnen de voor heel NWO-I geldende kaders.

De raad van bestuur NWO stelt de missie van elk instituut vast of bij. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren in het kader van de strategiecyclus van NWO of naar aanleiding van de nieuwe portfolioanalyse van de NWO- en KNAW-instituten.

 

C – AANLEIDING VOOR DE FUSIE

1. Waarom deze transitie?
In de wetenschap is steeds meer behoefte aan brede, multidisciplinaire onderzoeksprojecten, samenwerking en innovatie. Het nieuwe NWO is slagvaardiger en meer op samenwerking gericht, zet middelen flexibeler in en speelt beter in op ontwikkelingen in de wetenschap. In de wetenschapsvisie (2014) van het kabinet en in de nieuwe strategie (2015) van NWO is aangekondigd dat de NWO-organisatie wordt vernieuwd. Onder voorzitterschap van Breimer heeft een werkgroep een nieuw organisatiemodel ontworpen dat brede steun kreeg. Dit model, dat staatssecretaris Dekker in april 2015 heeft goedgekeurd, maakt het makkelijker om over de grenzen van de disciplines en van de organisatieonderdelen heen te werken, maar behoudt de binding met het veld en de wetenschapsdisciplines. Ook verbindt dit model het bestuur aan de top sterker met de domeinen en instituten, en maakt het samenwerking van de instituten met elkaar en met de domeinen makkelijker.

2. In het nieuwe NWO komen vier wetenschapsdomeinen, NWO-I en een bedrijfsvoeringsgedeelte. Hoe zorgen we ervoor dat deze organisatie onderdelen nauwer gaan samenwerken?
De directeuren van de instituten, inclusief directeur bureau NWO-I vormen samen een collegiaal DO (directeuren-overleg) en zorgen samen voor goede uitwisseling, programmering en gezamenlijke uitvoering van NWO-brede onderwerpen en programma’s. Op eenzelfde wijze vormen de directeuren van de vier domeinen (inclusief ZonMw), de directeur bedrijfsvoering, het hoofd bureau RvB en de directeur bureau NWO-I een collegiaal directeurenteam (DT). De directeur bureau NWO-I neemt dus zitting in beide directieoverleggen en fungeert daarmee tevens als linking pin.

3. Hoe wordt de samenwerking tussen domeinen en instituten vorm gegeven?

Samenwerking tussen NWO-I en domeinorganisatie speelt zich af:
• op inhoudelijk vlak via de in te stellen instituutsadviesraden;
• op functioneel vlak door nauwe afstemming tussen bedrijfsvoeringsfuncties;
• met betrekking tot huisvesting van de bureauorganisatie;
• op het gebied van samenwerking in overstijgende teams en met behulp van de instituutsliaisons.

In de instituutsadviesraden zitten één of meer vertegenwoordiger(s) van voor het instituut relevante domeinbestu(u)r(en), naast vertegenwoordigers van andere stakeholders uit wetenschap, maatschappij en bedrijfsleven. De raad van advies van een instituut speelt een belangrijke rol in het voeling houden van het instituut met relevante stakeholders.

 

D – BESTURING

1. Wie is de baas van NWO?
De raad van bestuur fungeert als collegiaal bestuur en is eindverantwoordelijk voor de hele organisatie, dus voor al het werk dat in domeinen en instituten gebeurt. De raad van bestuur stuurt vooral op de strategische hoofdlijnen en heeft veel granting-zaken gemandateerd aan de domeinbesturen- en directeuren. Voor de uitvoering van het werk bij de instituten en het maken van de inhoudelijke strategische keuzes van de instituten blijven de instituutsdirecteuren primair verantwoordelijk. Als collegiaal bestuur is de RvB gezamenlijk verantwoordelijk voor de instituten (zie ook vraag D-4).

2. Wie bepaalt het beleid van het nieuwe NWO en hoe groot is de rol van de wetenschappers?
De raad van bestuur en domeinbesturen sturen op hoofdlijnen en maken richtinggevende keuzes. De domeinen, de instituten, de raad van toezicht en de raad van advies, en de adviesorganen van de domeinen voeden de RvB en domeinbesturen daarin, in nauwe verbinding met de wetenschap, de overheid en de maatschappij (inclusief bedrijfsleven). Tenminste vier van de zes leden van de RvB zijn gerenommeerde wetenschappers/onderzoekers die tevens de voorzitter van een van de vier domeinen zijn (zie ook vraag D-4). In de overige genoemde organen nemen veel wetenschappers zitting. NWO is primair van het veld en voor het veld, gericht op de wetenschap en toepassing van onderzoek in de maatschappij en van kennis in de zorg.

3. Wat doet de raad van toezicht en wat is hun invloed?
De raad van toezicht staat de raad van bestuur met raad ter zijde en geeft desgevraagd of uit eigen beweging advies over het beleid van de raad van bestuur. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad zich naar het belang van de organisatie en neemt daarbij de doelstelling van de organisatie als uitgangspunt.

De raad van toezicht heeft op grond van de statuten van NWO-I in ieder geval adviestaken met betrekking tot besluiten van het bestuur van de stichting NWO-I aangaande de oprichting (overdracht, opheffing etc.) van een instituut, het aangaan van een samenwerkingsverband van majeure financiële omvang, statutenwijziging, fusie (of splitsing) en bestemming van een eventueel batig saldo na liquidatie.

4. Er is een beperkt aantal disciplines vertegenwoordigd in de RvB. Hoe wordt gezorgd dat ook de andere disciplines voldoende vertegenwoordigd worden?
De raad van bestuur vormt een collegiaal bestuur. Dat houdt in dat ze vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid sturing geven aan de gehele NWO organisatie en erop toe moeten zien dat de wetenschap over de volle breedte van het spectrum aan soorten, disciplines en doelstellingen tot zijn recht komt. Op basis van deze rol is ‘vertegenwoordiging van’ in de RvB dus ook niet aan de orde. RvB-leden hebben niet de taak om de belangen van onderdelen of groepen te behartigen aan de bestuurstafel. Om die reden is er in het plan Breimer ook voor gekozen geen ‘instituutsvertegenwoordiger’ in de RvB te benoemen. De vier wetenschappelijke leden hebben vanuit hun rol als RvB-lid elk een domein in hun portefeuille. Vanuit die verantwoordelijkheid hebben ze de rol van domeinvoorzitter. De bestuursleden die samen met de domeinvoorzitter het domeinbestuur vormen zijn samen verantwoordelijk voor een goede afdekking van en zicht op alle disciplines, soorten onderzoek en groepen die bij dat domein horen. Ook naar de instituten toe is de RvB integraal verantwoordelijk.

 

E - MEDEZEGGENSCHAP

1. Er is een aparte stichting voor NWO-I – wordt het nieuwe NWO nu als één organisatie of als twee organisaties bestuurd? De NWO-organisatie wordt als één integrale NWO-organisatie bestuurd, met één bestuur, de raad van bestuur die een personele unie vormt met het bestuur van de stichting NWO-I. Dat betekent dat dezelfde personen zitting hebben in zowel de raad van bestuur NWO als het bestuur van stichting NWO-I (zie ook vraag B-3).

2. En wat betekent dat voor de medezeggenschap?
Met ingang van januari 2017 is er een centrale ondernemingsraad (COR NWO) gestart, waarin alle organisatieonderdelen van het nieuwe NWO zijn vertegenwoordigd. De lokale ondernemingsraden van alle instituten (AMOLF, ARCNL, ASTRON, DIFFER, Nikhef, NSCR en SRON) hebben daarin een zetel. CWI en NIOZ hebben een gastzetel, per 1 januari 2018 (na de fusie) hebben zij ook een vaste zetel. De OR ZonMw heeft voorlopig ook een gastzetel. De OR NWO heeft vijf zetels in de COR, waarvan één zetel voor het bureau NWO-I.

3. Komt er één uitvoeringsregeling?
Ja, het streven is om te komen tot één pakket van uitvoeringsregelingen (UVR) voor de gehele organisatie. In de UVR is vastgelegd welke regelingen er voor medewerkers gelden voor de faciliteiten die de werkgever biedt om het werk goed uit te kunnen voeren (bijvoorbeeld reiskosten woon-werkverkeer, buitenlandse dienstreizen, vertrouwenspersoon, etc.). Dit traject is medio 2017 gestart en inmiddels vinden onderhandelingen met de medezeggenschap plaats om te komen tot een nieuwe UVR.

4. Wie onderhandelt er over de UVR?
Voor de onderhandelingen over de UVR is een convenant overeengekomen tussen de vier werkgevers (CWI, NIOZ, NWO en NWO-I) enerzijds en de COR NWO, OR CWI en OR NIOZ anderzijds. In dit convenant zijn de afspraken vastgelegd over de organisatie van bevoegdheden en zeggenschap in het traject van het harmoniseren van de uitvoeringsregelingen van NWO, NWO-I, CWI en NIOZ tot één set NWO-brede uitvoeringsregelingen, die gelden vanaf 1 januari 2018.
De COR NWO heeft het instemmingsrecht namens de ondernemingsraden van NWO en van CWI. De OR CWI heeft daartoe zijn vertegenwoordiger in de COR NWO gemandateerd. De vertegenwoordiger van OR NIOZ in de COR NWO brengt de opvatting van de OR NIOZ over de UVR in; de OR NIOZ heeft zijn vertegenwoordiger niet gemandateerd om in de COR NWO instemming te geven.
De raad van bestuur NWO onderhandelt namens de werkgevers CWI, NIOZ, NWO en NWO-I. Werkgevers hebben hiertoe mandaat verleend aan Caroline Visser, vicevoorzitter van de RvB en portefeuillehouder bedrijfsvoering en financiën.

 

F – MEER INFORMATIE

Waar is het laatste nieuws over de veranderingen bij NWO-I te vinden?
Op deze huidige webpagina, te bereiken via: http://www.nwo-i.nl/fusie
(voor Engelstalige versie: http://www.nwo-i.nl/merger)

Meer informatie over de transitie
Heeft u een vraag, neem contact met ons op via info-nwoi@nwo.nl.